Hoeveel mensen gokken in Nederland? Van de Nederlanders van 16 jaar en ouder gokte 69 procent in het jaar tot maart 2025 minstens één keer, loterijen meegeteld. Zonder loterijen is dat 37 procent, en online gokte 12 procent. Riskant gokt een kleine minderheid: 3 procent van de bevolking valt volgens de PGSI in de categorie gematigd risico en 1 procent in de categorie hoog risico, terwijl dat bij mensen die online gokken samen 20 procent is. Die cijfers gaan over verschillende groepen en verschillende perioden, en dat verschil is het onderwerp van dit artikel. Waar je terechtkunt als gokken een probleem wordt, staat bij hulp bij gokproblemen in Nederland.
Wie telt wat: vier bronnen, vier manieren van meten
Over gokken circuleren twee soorten cijfers die vaak door elkaar lopen: hoeveel mensen meedoen en hoeveel mensen daar last van hebben. Beide kloppen, maar ze komen uit bronnen die andere groepen meten, in andere perioden en met een andere methode. Een getal zonder basis en periode zegt weinig.
De eerste bron is het onderzoek dat Ipsos I&O in opdracht van het WODC uitvoerde: een vragenlijst onder Nederlanders van 16 jaar en ouder, afgenomen van 7 tot en met 22 maart 2025. Van de 13.857 benaderde mensen deden er 7.608 mee, en ze antwoordden over het afgelopen jaar, van maart 2024 tot maart 2025. Dat is zelfrapportage. De Kansspelautoriteit (Ksa), de toezichthouder op de kansspelmarkt, meet iets anders: zij werkt met gegevens van aanbieders met een Nederlandse vergunning, zoals accounts en speelresultaten. Wat de Ksa werkelijk kan tellen, is dus wat er bij vergunninghouders gebeurt, niet wat mensen elders doen of zeggen.
LADIS, de registratie van de verslavingszorg, telt alleen mensen die in behandeling zijn. Het HBSC-onderzoek vraagt scholieren naar hun eigen gedrag.
| Bron | Wie | Periode | Hoe gemeten |
|---|---|---|---|
| WODC / Ipsos I&O | Nederlanders van 16+ (n = 7.608) | maart 2024 tot maart 2025 | vragenlijst |
| Ksa-monitoring | spelers en accounts bij vergunninghouders | tweede helft 2025 | gegevens van aanbieders |
| LADIS | mensen in verslavingszorg | 2025 | registratie door instellingen |
| HBSC 2025 | scholieren van 12 tot en met 16 jaar (n = 5.103) | oktober tot half december 2025 | vragenlijst in de klas |
Elke bron is openbaar. Wie een cijfer wil controleren, opent het WODC-rapport 3573 of de samenvatting van het Trimbos-instituut, waarin de Ipsos-cijfers staan.
Hoeveel mensen gokken in Nederland, en waar?
Het Trimbos-instituut vat de Ipsos-uitkomsten samen. Van de Nederlanders van 16 jaar en ouder nam 69 procent in het jaar van maart 2024 tot maart 2025 deel aan minstens één kansspel. Dat getal is hoog omdat loterijen meetellen. Zonder loterijen gokte 37 procent. Op fysieke locaties speelde 33 procent en online 12 procent, en die percentages tellen niet op, omdat een deel van de mensen zowel online als op een fysieke locatie speelt.
De deelname is gestegen ten opzichte van de meting een jaar eerder, steeds voor alle Nederlanders van 16 jaar en ouder.
| Soort deelname | Meting 2024 | Meting 2025 |
|---|---|---|
| Minstens één kansspel, loterijen meegeteld | 65% | 69% |
| Online kansspelen | 10% | 12% |
| Fysieke locaties | 31% | 33% |
Volgens Ipsos I&O spelen mannen online vaker dan vrouwen: 15 procent tegenover 9 procent. Opvallend is ook de stijging bij de 16- en 17-jarigen, de jongste groep die Ipsos meet. Daarover meer bij jongvolwassenen en minderjarigen.
Hoeveel mensen gokken riskant: de PGSI-cijfers
Riskant gokken wordt in deze onderzoeken gemeten met de Problem Gambling Severity Index (PGSI), een vragenlijst die mensen in vier groepen indeelt: niet-problematisch (score 0), laag risico (1 of 2), gematigd risico (3 tot en met 7) en ‘hoog risico’ (8 of meer). Een hoge score duidt op een risico op problematisch speelgedrag, maar is geen diagnose. Het is een categorie in een onderzoek en geen uitspraak van een arts. Welke signalen bij een gokprobleem horen en hoe je dat zelf test, staat bij de signalen van gokverslaving en de zelftest.
De eerste valkuil is de noemer. Gerekend over alle Nederlanders van 16 jaar en ouder valt 3 procent in de categorie gematigd risico en 1 procent in de categorie hoog risico. Gerekend over alleen de mensen die in dat jaar gokten, is het 4 procent gematigd en 2 procent hoog risico, naast 87 procent niet-problematisch en 7 procent laag risico. Dat zijn dezelfde mensen op een andere noemer en geen tegenstrijdige uitkomsten. Ipsos schat het aantal hoog-risico gokkers op tussen 169.000 en 249.000, ofwel 1,1 tot 1,7 procent van de bevolking. De aandelen waren in 2025 stabiel ten opzichte van 2024.
Per groep verschilt het beeld sterk. Onder mensen die online gokken (n = 862) valt 20 procent in de categorie gematigd of hoog risico, tegenover 4 procent bij spelers op fysieke locaties. Bij mensen die ook op illegale websites gokten is dat 54 procent: 18 procent gematigd en 36 procent hoog risico. Dat is een samenhang en geen bewezen oorzaak. De cijfers laten zien dat deze groep vaker in de hoogste categorie valt, maar niet wat eerst kwam.
| Cijfer | Van wie? | Bron |
|---|---|---|
| 3% gematigd, 1% hoog | alle Nederlanders van 16+ | Ipsos I&O 2025 |
| 4% gematigd, 2% hoog | mensen die dat jaar gokten | Ipsos I&O 2025 |
| 20% gematigd of hoog | online spelers | Ipsos I&O 2025 |
| 4% gematigd of hoog | spelers op fysieke locaties | Ipsos I&O 2025 |
| 54% gematigd of hoog | mensen die ook op illegale sites gokten | Ipsos I&O 2025 |
Mensen weten bovendien niet altijd waar ze spelen. Van de mensen die online gokken (n = 862) zegt twee derde alleen op vergunde websites te spelen en 9 procent (ook) op websites zonder vergunning, terwijl 24 procent niet weet of de aanbieder waar ze spelen legaal is.
Wat de Kansspelautoriteit ziet bij vergunde aanbieders
De Ksa telt geen antwoorden maar gegevens. In de tweede helft van 2025 waren er volgens de monitoringsrapportage van 16 april 2026 gemiddeld 1,38 miljoen accounts per maand actief, tegen 1,29 miljoen in de eerste helft. Per maand speelden daarop ongeveer 500.000 mensen. Over het hele halfjaar gaat het om ongeveer 810.000 spelers bij aanbieders met een vergunning, tussen de 5 en 6 procent van de volwassenen.
Dat staat niet haaks op de 12 procent online spelers uit de vragenlijst. Ipsos vraagt naar een heel jaar en naar mensen van 16 jaar en ouder, en laat mensen zelf antwoorden. De Ksa telt een half jaar, alleen volwassenen en alleen aanbieders met een vergunning. Het zijn twee metingen van verschillende dingen.
Voor bedragen geldt hetzelfde. Het gemiddelde verlies per speler was volgens de Ksa begin 2025 117 euro per maand en eind 2025 124 euro per maand. Per account was het in de tweede helft van 2025 73 euro per maand voor volwassenen en 34 euro voor jongvolwassenen. Een speler gebruikte per maand gemiddeld 2,4 accounts, volgens de tweede meting van de Ksa uit 2025, dus per speler en per account zijn verschillende eenheden. Zet ze nooit zonder die eenheid naast elkaar.
Het bruto spelresultaat bij vergunninghouders was in de tweede helft van 2025 602 miljoen euro. Gemeten in geld lag de kanalisatiegraad, het aandeel van de markt dat bij aanbieders met een vergunning speelt, volgens de Ksa op 53 procent.
Jongvolwassenen en minderjarigen: wat de cijfers zeggen
Jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar speelden in de tweede helft van 2025 met 22 procent van de gebruikte accounts. Dat is relatief veel, want zij vormen 9,3 procent van de volwassen bevolking. In de vragenlijst van Ipsos I&O gaf 45 procent van de 18- tot 24-jarigen aan op fysieke locaties te hebben gegokt en 21 procent online.
Bij 16- en 17-jarigen steeg het aandeel dat online gegokt zegt te hebben van 12 procent in de meting van 2024 naar 20 procent in die van 2025. Dat zijn antwoorden op een vragenlijst. De cijfers zeggen niet waar of bij welke aanbieder het gebeurde, en de minimumleeftijd voor online kansspelen is 18 jaar.
Scholieren van 12 tot en met 16 jaar vallen onder het HBSC-onderzoek 2025 van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut. Daarin gaf 5,1 procent aan het afgelopen jaar online voor geld te hebben gegokt, ongeveer 1 op de 20 (n = 5.103). Tussen groepen zijn de verschillen groot.
| Groep (scholieren) | Online voor geld gegokt, laatste jaar |
|---|---|
| Alle scholieren | 5,1% |
| Jongens | 8,3% |
| Meisjes | 1,8% |
| 12 jaar | 2,3% |
| 14 jaar | 4,6% |
| 15 jaar | 8,0% |
| 16 jaar | 7,6% |
| vmbo-b/k | 6,9% |
| vwo | 2,5% |
Bij scholieren daalt het percentage. In de vorige meting, van 2023, was het volgens de Scholierenmonitor van het Trimbos-instituut 6,7 procent. In 2025 is het 5,1 procent, een significante daling, en bij jongens daalde het van 11 naar 8 procent.
Leg dit niet naast de 12 en 20 procent bij 16- en 17-jarigen: Ipsos en HBSC meten andere groepen op een andere manier.
Hoeveel mensen zoeken hulp: LADIS en Cruks
Volgens het Trimbos-instituut werden in 2025 3.108 mensen behandeld met gokken als primaire verslaving. Het aantal stijgt sinds 2023 jaarlijks. Van hen is 87 procent man, de gemiddelde leeftijd is 34 jaar en 19 procent is jonger dan 25. LADIS schrijft de stijging sinds 2023 toe aan meer online gokken.
Dat is een telling van behandelingen, niet van mensen met een gokprobleem. Niet alle instellingen leveren gegevens aan LADIS, waardoor het werkelijke aantal mogelijk hoger ligt, en niet iedereen met een probleem zoekt behandeling. LADIS is dus een ondergrens, en een betrouwbare maat voor het aantal mensen met een gokprobleem is het niet.
Een tweede telling is Cruks. Het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) is het register waarin je jezelf kunt laten uitsluiten, een gokstop. Op 30 januari 2026 telde het volgens de monitoringsrapportage van de Ksa 111.534 inschrijvingen. Van de inschrijvingen is 19 procent afkomstig van jongvolwassenen en de mediane leeftijd is 32 jaar. Ook dit telt inschrijvingen, geen mensen met een gokprobleem.
Veelgestelde vragen over de cijfers
Hoeveel mensen gokken er in Nederland?
Volgens het onderzoek van Ipsos I&O voor het WODC gokte 69 procent van de Nederlanders van 16 jaar en ouder in het jaar tot maart 2025 minstens één keer, loterijen meegeteld. Zonder loterijen is dat 37 procent en online 12 procent. Het gaat om zelfrapportage over het afgelopen jaar.
Hoeveel mensen in Nederland zijn gokverslaafd?
Een exact aantal bestaat niet. Volgens Ipsos I&O valt 1 procent van de bevolking in de PGSI-categorie hoog risico, naar schatting 169.000 tot 249.000 mensen, en dat is geen diagnose. In 2025 werden volgens LADIS 3.108 mensen behandeld met gokken als primaire verslaving, en dat is alleen de geregistreerde behandeling.
Wat is de PGSI en wat betekent ‘hoog risico’?
De PGSI is een vragenlijst die gokgedrag indeelt in vier groepen: niet-problematisch, laag risico, gematigd risico en hoog risico. Hoog risico betekent een score van 8 of meer. Het is een maat voor risico in een onderzoek en geen medische diagnose, want die stelt alleen een behandelaar.
Gokken jongeren vaker dan volwassenen?
Jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar speelden in de tweede helft van 2025 met 22 procent van de accounts bij vergunninghouders, terwijl ze 9,3 procent van de volwassen bevolking zijn. Van de scholieren van 12 tot en met 16 jaar gokte 5,1 procent in 2025 online voor geld, tegen 6,7 procent in 2023.
Hoeveel geld verliest een online speler gemiddeld?
Volgens de Ksa verloor een speler bij vergunninghouders eind 2025 gemiddeld 124 euro per maand, tegen 117 euro begin 2025. Per account was dat 73 euro voor volwassenen en 34 euro voor jongvolwassenen. Een speler kan meer dan één account hebben, dus per speler en per account zijn verschillende eenheden.
Waar vind je de originele cijfers?
De bronnen zijn openbaar: het WODC-rapport 3573 van Ipsos I&O, de monitoringsrapportage van de Ksa van voorjaar 2026, de cijfers over gokverslaving van het Trimbos-instituut en LADIS, en het HBSC-onderzoek van 2025. Alle verwijzingen staan onder Bronnen.
Wat deze cijfers voor jou betekenen
Dat de meeste mensen die gokken geen ernstig probleem hebben, volgt uit de cijfers: 87 procent van de spelers is niet-problematisch en 7 procent laag risico. Het risico is niet gelijk verdeeld: het ligt hoger bij mensen die online gokken en bij mensen die ook op illegale websites speelden, jongens gokken vaker dan meisjes en onder de mensen in behandeling is 87 procent man. Dat zijn beschrijvingen van groepen en geen oordeel over één persoon.
Onder de vraag hoeveel mensen gokken zit vaak de vraag of het eigen gokgedrag normaal is. Dat veel mensen gokken, zegt daar weinig over. Wat telt, is wat het gokken je kost, aan geld, tijd en rust. Wie zich zorgen maakt over het eigen gokgedrag of dat van een naaste, kan gratis en anoniem praten met OpenOverGokken via 0800-2400022, het nummer op de contactpagina van de Ksa.
Dit artikel is geen medisch en geen juridisch advies. Een overzicht van hoe BonusOut over verantwoord spelen denkt staat op een eigen pagina.
Bronnen
- WODC, rapport 3573: Deelname aan kansspelen in Nederland, meting 2025 (Ipsos I&O, 3 juli 2025; geraadpleegd 1 oktober 2026)
- Trimbos-instituut, feiten en cijfers (online) gokken (gegevens maart 2024 tot maart 2025; geraadpleegd 1 oktober 2026)
- Kansspelautoriteit, monitoringsrapportage voorjaar 2026 (16 april 2026)
- Kansspelautoriteit, monitoringsrapportage online kansspelen voorjaar 2026 (pdf) (april 2026)
- Kansspelautoriteit, tweede meting effecten nieuwe regels spelersbescherming (2025)
- Trimbos-instituut, cijfers over gokverslaving (LADIS, cijfers over 2025; geraadpleegd 1 oktober 2026)
- LADIS, gokken (geraadpleegd 1 oktober 2026)
- HBSC 2025: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland (Universiteit Utrecht en Trimbos-instituut, september 2026, hoofdstuk 8)
- Trimbos-instituut, Scholierenmonitor: gokken (meting 2023; geraadpleegd 1 oktober 2026)
- Kansspelautoriteit, neem een gokstop met Cruks (geraadpleegd 1 oktober 2026)
- Kansspelautoriteit, contact (geraadpleegd 1 oktober 2026)